Into the (not yet so) wild.
Activering van landschap & wensen van burgers

 

 

Bijeenkomst 25 september 2019

Verslag: JaapJan Berg

Spreker: Philomene van der Vliet

 

Vergelijken en ontdekken

De tweede lezing in het kader van Polderperspectieven staat in het teken van vergelijken en ontdekken. Philomene van der Vliet bouwt haar verhaal op rond een aantal steden die op verschillende wijze nieuwe opgaven hebben opgepakt en vormgegeven. Daarbij vormt het landschappelijke element steeds een uitgangspunt, doel én middel. Het gaat daarbij om steden die met succes problemen of patstellingen hebben weten op te lossen. Volgens Van Vliet kunnen de voorbeelden en daaruit te leren lessen Almere helpen en inspireren bij het vinden van mogelijke scenario’s voor de activering van het landschap.

De diverse voorbeelden die Van der Vliet met de aanwezigen deelt komen voort uit internationaal onderzoek dat haar bureau Boom Landscape de afgelopen jaren heeft verricht. Bij veel van de aangehaalde projecten was het bureau overigens ook zelf betrokken.

Aan Almere zelf hebben van der Vliet en haar bureau nog weinig gewerkt. Maar dat staat een visie op en mening over het landschap en de kansen die er liggen niet in de weg.

 

Inspiratiebronnen

Om te beginnen ontleent Almere, volgens Van der Vliet, haar populariteit in belangrijke mate aan het vele groen en landschap waar het door omgeven wordt. Het is daarmee een element dat heeft bijgedragen aan de populariteit van de stad, maar ook de potentie heeft nog veel sterker uitgewerkt, verdiept, verfijnd én ontworpen te worden. Daarbij kunnen generieke opgaven, die ook voor Almere hoog op de agenda staan, meegenomen worden of als prikkel voor verdere ontwikkeling gebruikt worden. Denk aan de toenemende verstedelijkingsdruk, (de gevolgen van) klimaatverandering, energietransitie, biologische diversiteit (of afname daarvan) en bodemdaling. Maar er kan voor inspiratie ook naar andere onderzoeks- en vakgebieden gekeken worden. Zoals bijvoorbeeld de omgevingspsychologie waarbij de uitwisselingen tussen mensen en de fysieke omgeving onderzocht wordt. Van der Vliet citeert Sarah Williams Goldhagen met haar omschrijving: ‘Urban spaces, landscapes, and buildings (…) shape our cognitions, emotions, and actions, and even powerfully influence our well-being. They actually help constitute our very sense of ourselves, our sense of identity’. Ervan uitgaande dat de omgeving, dus ook het landschap, van invloed op mensen, hun leven en welbevinden is roept dat immers de vraag op hoe die omgeving, dus ook het landschap, dan vormgegeven moet worden.

De voorbeelden en suggesties die Van der Vliet vervolgens presenteert zijn onderverdeeld in vier categorieën: Steden en hun groene strategieën; Almere: wat gaat goed/wat kan beter?;

Trends/ ontwikkelingen en Into the wild – op zoek naar betekenis.

 

Europese vergelijkingen

Boom Landscape onderzocht eerder Europese steden en analyseerde hun groene transformatie strategieën. Daaruit ontstond een overzicht aan een bepaald aantal stadsvormen (in relatie tot groen en landschap). De scheggen-structuur van Amsterdam is daar een bekender voorbeeld van, maar ring van bossen rond Parijs of de groene vingerstructuur van Kopenhagen zijn bekend. Almere past dat rijtje met haar beeldbepalende tuinstadmodel, de meerkernige structuur waarbij de kernen verbonden/gescheiden worden door landschapszones. Op een groter schaalniveau zouden het Almeerse tuinstadmodel en de Amsterdamse Scheggen zelfs als één, in elkaar overlopend landschapssysteem gezien kunnen worden. Het zijn dit soort uitvergrotingen en combinaties die, volgens Van der Vliet, die tot nieuwe visies kunnen leiden.

Uit elk van de aangehaalde voorbeeldsteden valt volgens Van der Vliet wel wat te leren voor Almere. Kopenhagen heeft bijvoorbeeld plannen om de stad op alle schaalniveaus gereed te maken voor waterretentie en klimaatadaptatie. Voor die transformatie en maatregelen is ruimte in het stedelijk gebied nodig. In plaats van die ruimteclaim als een probleem te zien heeft de stad de situatie juist als een kans aangegrepen en het ingezet als strategie. De benodigde ingrepen en maatregelen die nodig zijn voor de gevolgen van klimaatverandering krijgen in een holistische aanpak ook een functie om de leefkwaliteit van de stad in het algemeen te verhogen. Zo krijgen maatregelen die voortkomen uit een ‘crisis’ ook een ander, meer positief, zelfs aantrekkelijk gezicht. Het is tevens een voorbeeld van groene verandering die door burgers op deze wijze makkelijker te accepteren en begrijpen is.

 

Casus Londen

De casus Londen leert Almere weer een andere les. Deze metropool is niet alleen groot, maar bezit ook veel groen. Door de huidige groei en verdichting staan echter veel van die groene gebieden in toenemende mate onder druk. Om hier weerstand aan te kunnen bieden en groen in stand te houden of zelfs uit te breiden is gekeken naar oude valleien en waterlopen (riviertjes) die nog steeds traceerbaar zijn. Deze ‘restanten’ hebben als leidraad gefungeerd om groene gebieden met een verschillende signatuur (park, historische sites, waterlopen, sport- en recreatie, volkstuinen) aan elkaar te verbinden door wandel- en fietsroutes. Het verbinden en aan elkaar verknopen van deze groene gebieden met een verschillende signatuur schept ook (hernieuwde) verbanden tussen de eigenaar en gebruikers van die gebieden. Zo wordt ook de gemene deler voor, deels nieuwe, opgaven als waterberging en recreatie door een grotere en gevarieerde groep belanghebbenden (bewoners, tuinders, ondernemers, gemeente) gezamenlijk gedragen en erkent. Alle partijen voelen zich betrokken en hebben (letterlijk) toegang tot de opnieuw geprogrammeerde groene ruimte. Deze transitie werd overigens mede gestimuleerd door het organiseren van de Olympische Spelen in Londen. Op een vergelijkbare wijze zou, volgens Van der Vliet, ook de komst van de Floriade als een ‘motor’ kunnen gaan fungeren voor een herprogrammering van het Almeerse landschap. Opvallend aan de ingrepen en toevoegingen in de casus Londen is verder dat het veelal relatief bescheiden en kleine (verbindende) ingrepen in de bestaande groene ruimte betreft, zoals wandelpaden, kleine bruggen en andere accenten.

 

Madrid en Antwerpen

In Madrid en Antwerpen bieden vergelijkbare voorbeelden zicht op hoe het denken en ontwerpen vanuit de verbindende waarde van groene functies (parken, natuurwaarde, recreatie, sport) de leefbaarheid van de (bestaande) binnenstedelijke ruimte kan verbeteren. In beide steden zijn bestaande (veelal) infrastructurele ruimtes of restgebieden verbonden door of gecombineerd met een nieuw en groen netwerk. In Madrid zijn verschillende parken en groene zones met elkaar verbonden waardoor de relatie van het stedelijk groen en landschap buiten de stad (oude, koninklijke jachtvelden) fysiek met elkaar verbonden zijn. Het landschap loopt daarmee tot diep in de stad door en andersom kunnen bewoners het landschap op eenvoudige en directe wijze betreden en benutten.

In Antwerpen is op vergelijkbare wijze een groen lint over bestaande snelwegen en op oude spoortracés aangelegd. Zo is een nieuw, aantrekkelijk netwerk van groene ‘voegen ontstaan waar de stad vroeger vooral veel kleinere en versnipperde groengebieden had. In de keuze voor groene assen of voegen schuilt bovendien ook nog een financieel voordeel omdat die typologie veelal goedkoper en eenvoudiger in aanleg is dan gebieden van grotere omvang. Het effect op de verbeterde (ervaring van de) leefomgeving is echter vergelijkbaar.

 

Typische aanknopingspunten

Een ander leerzaam voorbeeld voor een mogelijke strategie voor de activering van het landschap van Almere waar Boom Landscape zelf aan werkte ligt in Durres (Albanië). Daar werd het landschap nadrukkelijk ingezet bij het ontwerpen van een te voltooien, nieuwe boulevard aan de kust. Het bureau kreeg de opdracht een plein te maken en daarbij werd het gebruik van beton (als bouwmateriaal) en palmbomen (als voorkeursflora) als vooraarde gesteld. Boom ging vervolgens op zoek naar typische aanknopingspunten in de omgeving van de boulevard. Die werden gevonden in het gebruik van bepaalde materialen (kleur) die werden herkend door de bevolking. De voorgeschreven palmbomen werden, na goede argumentatie door Boom, ingeruild voor fraaie parasoldennen die een typische en specifieke vegetatie in dit deel van de kust van de Adriatische Zee zijn. Gecombineerd met een ontwerp dat mensen uitnodigt en aanzet tot actief (o.a. uitzichtpunt, hangplek en barbecue-hot-spot) gebruik van boulevard en de specifieke onderdelen ervan vormden deze keuzes een eindresultaat dat door de lokale bevolking herkent en omarmd werd. Het is voor Van der Vliet het bewijs dat landschapspontwerp een verbindende factor kan spelen met een programma en uitstraling die veel verder gaat dan ruimtelijke inrichting alleen. De winstpunten liggen, naast ‘oude’ credo’s als betere functionaliteit en esthetiek, dus nadrukkelijk ook op sociale, culturele en maatschappelijke niveaus. Crux lijkt daarbij steeds weer om, vanuit oprechte interesse en nieuwsgierigheid naar de plek, een goede analyse van probleemstelling, onderzoek naar contextuele componenten, wensen van gebruikers en verkenning van niet benoemde mogelijkheden te combineren met een dienstbaar, maar ook verrassend ontwerp. Ontwerp waarvan het totaalbeeld of onderdelen door de gebruikers en/of opdrachtgevers herkenbaar zijn als een afgeleide van de bestaande of historische ruimtelijke context. Ontwerp dat dus herleidbaar en traceerbaar is in vormgeving, materiaalgebruik en geboden oplossingen.

 

Activering landschap

Die combinatie en intentie zou, volgens Van der Vliet, ook aan de basis moeten staan van het ontwerpen aan de activering van het landschap van Almere. Daartoe zou allereerst onderzocht moeten worden of het huidige landschap inderdaad nog in het teken staat van gezondheid, frisse lucht, binding met de natuur, lichaamsbeweging en collectiviteit zoals aanvankelijk beoogd en in de decennia na 1976 verder uitgewerkt. Of anders gesteld door Van der Vliet: ‘Zijn de Almeerse (recreatie-) landschappen en structuren nog steeds het kind van de jaren ’70, of is het kind volwassen?’. Is de stad letterlijk en figuurlijk wellicht verhard?

Om die vraag te kunnen beantwoorden kijkt Van der Vliet graag eerst naar wat er goed gaat op het gebied van groen en landschap in en rond Almere. Om te beginnen signaleert zij de grootsheid van het Nationaal Landschap Nieuw Land (in wording). Het zou een buitenkans zijn om de kwaliteiten van dat gebied te kunnen verbinden met Almere. Daarmee zouden stad en landschap met elkaar verknoopt kunnen worden wat ongetwijfeld tot een allure en uitstraling van internationale schaal zou kunnen uitgroeien.

Een waarschijnlijk reëlere kans ligt binnen Almere bij het verbinden en beter koppelen van de verschillende delen van de bestaande groenstructuur. Zoals de casussen in Madrid en Antwerpen lieten zien, zouden zo meerdere sferen en kwaliteiten nog beter op elkaar kunnen worden aangesloten tot een geheel dat aantrekkelijk is en aansluit bij wensen van bewoners. Als concreet voorbeeld noemt Van der Vliet de plannen voor het Rondje Weerwater. Daar worden verschillende delen van de stad met een ruimtelijke ingreep en toe te voegen details met elkaar verbonden. Door de gebieden de verzamelen onder een nieuwe noemer is sprake van een verhaal met opeenvolgende en gevarieerde groene hoofdstukken.

Volgens Van der Vliet zou Almere er verstandig aan doen deze wijze van grotere, verknoopte groene verhaalstructuren ook in andere delen van de stad te introduceren. Het bestaande groen, dat er wel degelijk al is, krijgt op deze manier een nieuwe inhoud en betekenis. Het groen wordt ook weer (opnieuw) zichtbaar en door bevolking en andere gebruikers herkent als waardevolle ruimte die bij de stad hoort. En wordt dus niet langer gezien als een ‘restruimte’ om en tussen de kernen. Als potentiele gebieden om deze verhaalstructuren te realiseren noemt Van der Vliet bijvoorbeeld het tracé van de Hoogspanningsleiding dat veel delen van Almere met elkaar verbindt (Spanningsveld). Maar ook Almere Duin, het kasteel en Oosterwold bieden kansen en aanknopingspunten om de landschappelijke betekenis te versterken en te verbinden.

 

Verbeterpunten

Verbeterpunten ziet Van der Vliet zeker ook. De stad ligt bijvoorbeeld veel te veel met de achterkant naar het groen toe. Ook heeft zij zo haar twijfels over de mate waarin de stad ‘gezond’ is. Almere is immers over een groot gebied uitgespreid en is daarmee ook het domein van veel automobiliteit geworden. Verder stelt Van der Vliet vast dat de oorspronkelijke groenstructuren weliswaar volwassen zijn geworden, maar niet zijn doorontwikkeld. Het groen in de stad heeft daardoor deels het karakter van een overblijfsel uit eerdere tijden en van een te beschermen verworvenheid gekregen. Het groen is dus niet doorontwikkeld. Gecombineerd met de hoge onderhoudskosten is zo op veel plaatsen een situatie ontstaan die eigenlijk niet langer houdbaar is.

Het belangrijkste verbeterpunt ziet Van der Vliet echter in het opnieuw vorm geven aan betekenis van het landschap. Dat kan alleen als er zowel nauwkeurig naar mogelijkheden, kansen en wensen wordt gekeken (variërend van stadsgroen tot echte wildernis) als ook door zonder schroom (weer) groot en grootschalig te denken en te ontwerpen. Belangrijke zaken, visies en ingrepen moeten weer op hoofdlijnen worden vastgelegd. Het grote beeld en gebaar moeten de overhand krijgen over het denken in en werken aan ‘speldenprikken’.

Daarbij is het wel verstandig om goed inzicht te hebben en houden op de wijze waarop het landschap benut en gewaardeerd wordt. Vooral waar het de voortdurende veranderende recreatiebehoefte betreft volgen de voorkeuren en trends elkaar in snel tempo op. Van der Vliet noemt als voorbeeld de wens naar ruige, verwilderde en als ‘echt’ ervaren natuur. Maar ook de (algemene) hang naar beleving en unieke ervaringen beïnvloed de wijze waarop het landschap ervaren én vormgegeven zal moeten worden. Gecombineerd met het stijgende besef dat het landschap een belangrijke rol moet vervullen in de klimaatopgaven zorgen deze inzichten voor een noodzaak om landschap en natuur voortdurend door te blijven ontwerpen. Dit kan door zowel aanpassen, diversifiëren of verhevigen van bepaalde condities. Dynamiek, en niet consolidatie, is daarbij dus een sleutelbegrip.

Adaptief en dynamisch

Die adaptieve en dynamische houding en benadering van het landschap biedt bovendien goede kansen om, vanuit de historische resultaten en condities van het bestaande landschap en groen, draagvalk voor vernieuwd landschap en veranderingen bij het algemene publiek en (dus ook) Almeerders te vergroten. Door maatschappelijke en andere urgente opgaves te koppelen aan een door te ontwikkelen landschap kan een conditie ontstaan waar functies niet gescheiden, maar juist gestapeld en gecombineerd kunnen worden. Volgens Van der Vliet ontstaan in die stapeling en vervlechting bij uitstek de leukste en meest uitnodigende en intrigerende landschappen en ontwerpen daarvoor. Gezien de omvang van het Almeerse landschap, de voortdurende veranderende voorkeuren voor gebruik en beleving, de druk van urgente klimaat gerelateerde opgaven en de noodzaak om bewoners te betrekken en hen enthousiast te maken voor het landschap is er dus veel visie en (ontwerp-)werk aan de winkel voor zowel ontwerper als bestuurders.


De lezingenreeks Polderperspectieven is mede mogelijk gemaakt door Cultuurfonds Almere, Rabobank en vele vrijwilligers.

Cultuurfonds Almere

 

Related Works